Op deze pagina komen alle
bedreigingen naar voren die wij zien voor het Noorderpark. Klik op een van
onderstaande onderwerpen en u wordt er direct naar toe geleid.
De woningbouwplannen
van de NV Utrecht
Het landelijk
wonen volgens het Ruimtelijk Planbureau
Bedreigingen door
kleinschalige bouwactiviteiten
De ontwikkelingen bij
vliegveld Hilversum
Ontwikkelingen
in de agrarische sector
In het najaar van 2005 werden
we opgeschrikt door een studie, gemaakt door de NV Utrecht, naar locaties voor grootschalige
woningbouw in wat heet de noordvleugel van de stad Utrecht. Na de realisatie
van Leidsche Rijn moeten immers weer nieuwe locaties gevonden worden om de
woningbehoefte te bevredigen.
De NV Utrecht (Noord Vleugel
Utrecht) is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Utrecht, Amersfoort en
Hilversum; het Bestuur Regio Utrecht (waarin De Bilt en Maarssen
vertegenwoordigd zijn); het gewest Gooi en Vechtstreek, het gewest Eemland en
de provincie Utrecht.
De NV Utrecht gaf in haar ontwikkelingsvisie van 31
oktober 2005 een zestal mogelijke ontwikkelingszones aan, waarvan de
ontwikkelingszone Utrecht-Noord er een was. Daarover werd onder meer het
volgende gezegd:
De ligging van de zone en de
kwaliteiten ervan bieden de kans het internationale vestigingsklimaat van het
gebied te versterken met topmilieus in het landelijk wonen. De zone heeft
daarnaast potenties voor het versterken van de positie van het kenniscentrum De
Uithof. Bij het realiseren van hooguit enkele honderden woningen in de topmilieus
voor landelijk wonen zijn waarschijnlijk geen extra investeringen in de
infrastructuur noodzakelijk. Bij een toevoeging van 5.000 woningen (het maximum
dat voor deze zone is vastgesteld), zijn wel investeringen nodig. Gesproken
wordt over de realisatie van een nieuw station op de spoorverbinding Utrecht
Hilversum en capaciteitsvergroting van de wegen en aansluitingen. Bij het
geplande station komt dan ruimte voor een verstedelijkingslocatie met een hoge
woningdichtheid direct rondom het station. De ontwikkeling van een dergelijke
locatie zou zowel ten oosten als ten westen van de A27 en spoorlijn kunnen
plaatsvinden. Verder wordt nog opgemerkt dat de zone op fietsafstand van
Utrecht ligt en bovendien centraal in het NV Utrecht gebied, wat als 2 grote voordelen
wordt gezien. Als negatief effect wordt aangegeven dat er grote spanningen
zullen ontstaan met de landschappelijke kwaliteit.
Kort gezegd komt het erop
neer dat er conform deze visie mogelijk zo’n 5.000 huizen gebouwd gaan worden
direct ten zuiden van Maartensdijk; mogelijk aan de oostkant van de A27 maar
het zou ook aan de westkant kunnen gebeuren. De rust en weidsheid van het
oostelijk deel van het Noorderpark zou hierdoor ernstig worden aangetast
terwijl het bovendien een nieuwe barričre opwerpt in de toch al smalle
ecologische hoofdstructuur ter plaatse.
Er kwam veel protest tegen
deze mogelijke woningbouwlocatie in het Noorderpark. Ook de gemeente De Bilt
liet zich niet onbetuigd en stelde dat woningbouw op dergelijke schaal op die
locatie ongewenst is en door haar niet wordt ondersteund. Op 9 oktober 2006
wordt een tweede versie van deze ontwikkelingsvisie 2015 – 2030 uitgebracht en
daarin wordt niet meer gesproken over woningbouw in het Noorderpark. Overigens
is dit hele tweede concept wat minder concreet dan het eerste; er blijven
genoeg open eindjes liggen die nog opgelost moeten worden. Daarom denken wij
niet dat deze bedreiging nu volledig is afgewend, zeker niet voor
kleinschaliger plannen voor landelijk wonen, waarvoor het Ruimtelijk Planbureau
zelfs als voorbeeld al een heel concept in het gebeid van het Noorderpark heeft
geprojecteerd. Meer hierover in de paragraaf hieronder. Wij als Stichting
zullen de ontwikkelingen bij de NV Utrecht in elk geval goed blijven volgen. Op
de website van de NV Utrecht
www.nvutrecht.nl
kunt u overigens alle details over de
plannen lezen en bij ‘producten’ ook de beide ontwikkelingsvisies inzien en
downloaden.
Dit bureau heeft onderzoek
gedaan naar hoe aan de vraag naar een landelijke woonomgeving in de nabijheid
van steden tegemoet gekomen kan worden zonder dat dit ten koste gaat van het
landschap. Volgens dit bureau is dat zeker mogelijk, sterker zelfs, door middel
van vereveningsconstructies kan woningbouw juist bijdragen aan landschapsbehoud
en natuurontwikkeling. In het boek ‘De Landstad, landelijk wonen in een
netwerkstad’ uit 2005 wordt hieraan ruim aandacht besteed en worden er tevens
een twintigtal grotere en kleinere standaard concepten ontwikkeld, waarvan het
landgoedconcept, gebaseerd op de omgeving van Voordaan in Groenekan, er een is.
Daarnaast heeft het lintdorp Vriezenveen in Overijssel model gestaan voor
gebieden met lintbebouwing, iets wat ook in het Noorderpark kan worden
toegepast. Voor het concept Voordaan wordt gedacht aan een programma met 62
villa’s, 124 twee onder een kap, 27 rijwoningen, 1.100 m2 voorzieningen, 3.600
m2 kantoor/bedrijf en 516 parkeerplaatsen; dit alles op 85 ha.
In het boek worden met deze
concepten een drietal concrete situaties ingevuld, waarvan Ruigenhoek bij
Utrecht er een is. Voor dat gebied werden drie strategieën ontwikkeld:
Consolideren:
dit is uitbreiden langs bestaande lijnen dus kleinschalig met verdichte erven
binnen de bestaande lintbebouwing van Westbroek, Achterwetering, Westbroekse
Binnenweg, Gageldijk en Ruigenhoekse Dijk. De huidige groenstructuur en
landschappelijke kwaliteiten worden verder beheerd en ontwikkeld; de huidige
waterstructuur wordt in stand gehouden. In totaal zouden zo 1338 woningen
kunnen worden gerealiseerd
Nieuw
dorp: een hele nieuwe lintbebouwing langs de huidige Kooydijk die daarvoor nog
een stuk verlengd wordt; de andere lintbebouwingen worden ongemoeid gelaten.
Verder wordt het landschap open gehouden (??) en verder ontwikkeld en wordt de
waterloop aangepast aan de nieuwe situatie waar nodig. Resultaat is 1145
woningen
Transformeren:
er komen drie concepten in het gebied waaronder nog een landgoed in Voordorp
stijl, maar ook een woonpark naar voorbeeld van een recreatiepark en een klein
landgoed naar seminarie model. Hiermee zal de Ruigenhoek een volstrekt ander
aanzien krijgen en de openheid van het gebied voor een flink deel verloren
gaan. Daarnaast plant men nog nieuwe natuur- en recreatie ontwikkeling.
Resultaat 848 woningen.
Deze beide laatste varianten
zijn hieronder in beeld gebracht: links de variant Nieuw dorp; rechts de
variant Transformeren.

Als u deze plaatjes in groter formaat en tevens een
plaatje van de 1ste variant wilt zien klik dan hier.
Wat moeten we nu denken van
zulke plannen? Ongetwijfeld zal het voor de nieuwe bewoners prettig wonen zijn
en met het landschap wordt in meer of mindere mate rekening gehouden. Zo wordt
er in het boek zelfs aandacht besteed aan de ecologische hoofdstructuur die
door dit soort concepten volgens de opstellers niet in gevaar zou komen. Het is
zeker beter dan een Vinex wijk op opgespoten grond, maar in dit geval wordt de
openheid, die zo kenmerkend is voor het gebied, in de 2
de en zeker
in de 3de variant geweld aangedaan. Goed, het zijn maar case
studies, maar dergelijke uitgewerkte plannen, inclusief een kosten baten
analyse, kunnen voor dat je het weet door plannenmakers omarmt gaan worden. Als
er al gebouwd zou moeten worden vinden wij dat dit zou moeten gebeuren op
daarvoor geschikte locaties aan de oostkant van de A27 en niet aan de
westzijde, waar de openheid van het landschap een van de belangrijkste authentieke
elementen vormt die het gebied zo aantrekkelijk maken. Alertheid blijft dus
geboden!
U kunt dit rapport downloaden
van de website van het Ruimtelijk Planbureau: http://www.rpb.nl/upload/documenten/landstad.pdf
Fietsend door het gebeid van
het Noorderpark valt het op dat er bebouwing is ontstaan die volstrekt niet past
in de omgeving. De dwarsdijk van Tienhoven/Oud Maarsseveen wordt ontsierd door
rijtjeshuizen en door moderne villa’s die tegen de Tienhovense Plassen zijn
aangebouwd en qua uitstraling volstrekt niet in de cultuurhistorie van het
gebeid passen. Midden in de Tienhovense Plassen is zelfs een modernistische
villa neergezet; onbegrijpelijk in zo’n natuurgebied (zie plaatje linksonder).
Rechtsonder zie je een rijtje huizen bij de ingang van Oud Maarsseveen, dat
daar ook erg uit de toon valt.

Ook langs de Westbroekse
Binnenweg staan tegen het natuurgebeid van de Molenpolder moderne villa’s;
prachtig wonen natuurlijk maar had er dan voor gezorgd dat de bebouwing bij de
omgeving past. De dwarsdijken in Westbroek, Maartensdijk en Groenekan zijn wat
bebouwing betreft toch veel authentieker gebleven en we concluderen dan ook dat
de voormalige gemeente Maartensdijk beter voor het cultureel erfgoed heeft
gezorgd dan de gemeente Maarssen. Gebouwen die er eenmaal staan zijn
waarschijnlijk moeilijk weg te krijgen, maar we zullen als Stichting ons ervoor
inzetten verdere aantasting van de authentieke bebouwing langs de dwarsdijken
te voorkomen.
Hoewel het vliegveld en de
woningbouw volgens plan Ter Sype in Loosdrecht buiten het Noorderpark vallen
zullen de ontwikkelingen daar invloed hebben op het Noorderpark. De gemeente
Loosdrecht wil 700 woningen bouwen in Ter Sype en daarvoor moeten er
aanpassingen plaatsvinden in de huidige banen van het Vliegveld Hilversum. Een
van de banen zou komen te vervallen maar om intensiever gebruik van de
overgebleven 2 grasbanen mogelijk te maken, zou de aanleg van een betonbaan
noodzakelijk zijn. Wij maken ons ernstig zorgen over deze ontwikkeling, omdat
een betonbaan betekent dat ook zwaardere toestellen op Hilversum kunnen landen,
waardoor de geluidsoverlast boven het Noorderpark zal toenemen. En deze
geluidsoverlast is ook in de huidige situatie al niet gering: zeker bij mooi
weer veroorzaken de sportvliegtuigjes aardig wat geluid, zeker als er ook nog
parachutisten worden afgeworpen boven het gebied. Delen van het Noorderpark
zijn aangewezen als stiltegebied, maar die stilte is bij mooi weer in de
weekenden soms ver te zoeken.
Naast het vliegtuiggeluid zal
de woonwijk Ter Sype ook zorgen voor meer verkeer over de oude weg Utrecht
Hilversum (N417) naar de aansluiting op de A27 bij Nieuwe Wetering. Deze weg is
tijdens de spitsuren door sluipverkeer al overbelast, maar ondanks dat moet voorkomen
worden dat er een nieuwe ontsluitingsweg voor Ter Sype door het Noorderpark
komt te lopen. Plannen in die richting zijn er voorzover we weten niet, maar we
zullen op dit punt alert blijven.
De gemeente De Bilt heeft in
2006 een nota opgesteld met de titel ‘Ruimte voor een vitaal platteland’, met
als ondertitel ‘Ontwerp kwaliteitsvisie en plattelandsagenda 2015’. In de nota
wordt onder meer gezegd ‘dat het enerzijds voor de vitaliteit van het
platteland van belang is dat er voldoende ruimte ontstaat voor nieuwe
bedrijvigheid en bijbehorende infrastructuur en anderzijds moet worden
voorkomen dat het landschap daardoor verrommelt en zijn karakter verliest’.
‘Het buitengebeid van de gemeente De Bilt is uniek in zijn variatie. De bossen
in het oostelijk deel van de gemeente gaan over in de landgoederen van de Bilt
Zuid en Groenekan. Meer naar het westen het veenweidegebied, in het uiterste
westen de unieke Westbroekse Zodden. Naast de landschappelijke afwisseling
herbergt ons buitengebied veel waardevolle cultuurhistorische elementen.
Kortom: een gebied om trots op te zijn.’
Mooie woorden in een mooie
nota en op zich is het goed dat er een dergelijke visie is ontwikkeld. Maar
tussen wat er keurig als visie op papier staat en wat er in werkelijkheid
gebeurt zit toch nog wel eens een verschil. Zo ontdekten wij onlangs dat er
driftig wordt gelobbyd voor de aanleg van een nieuwe golfbaan ergens tussen
Groenekan en Maartensdijk. Er doen geruchten over verschillende locaties de
ronde. Wij vinden het jammer dat hierover niet in de planfase al openheid wordt
gegeven en zullen de ontwikkelingen nauwlettend volgen. Wij zijn niet tegen de
aanleg van een golfbaan, zolang dit gebeurt op een locatie die geen bijzondere
natuurhistorische waarde heeft en het zodanig wordt vormgegeven dat het geen
storend element in het landschap vormt.
Een andere vraag is wat er
gaat gebeuren met het leegstaande mobilisatie complex (MOB-complex) langs de
Nieuwe Wetering. Het zou een oefenterrein voor de regionale brandweer zijn of
worden, maar blijft dat zo? Een dergelijk complex bij de Groenekanseweg wordt
momenteel in gebuik genomen als industrieterrein Lahrenstein.
Van de plannen van de
gemeente Maarssen, voorzover van invloed op het Noorderpark, hebben we ons
momenteel nog niet op de hoogte kunnen stellen, maar dit zal in de nabije
toekomst zeker gebeuren.
Tot slot de gemeente Utrecht,
die een smalle strook van het Noorderpark binnen haar grenzen heeft. Die smalle
strook wordt in het kader van de Landinrichting ingericht voor recreatie en wij
verwachten niet dat in die plannen de komende jaren grote veranderingen zullen
optreden. Maar ook ten aanzien van dit onderdeel van het Noorderpark zullen wij
onze voelhoorns blijven uitsteken.
De provincie Utrecht vormt
het centrum van Nederland en is daardoor ook een van de grootste
verkeersknooppunten van ons land. De infrastructuur heeft geen gelijke tred gehouden
met de groei van het autoverkeer, waardoor de verkeersdruk hoog is en er
dagelijks lange files ontstaan op de snelwegen. Dit werkt natuurlijk het
ontstaan van sluipverkeer in de hand. De oude weg Utrecht – Hilversum is de
drukst gebruikte sluiproute in het gebied als het weer eens vaststaat op de
A27.
Maar het sluipverkeer beperkt
zich niet alleen tot die N 417. Met name de smalle weg door Westbroek en van
daaruit naar de rotonde aan het begin van de Zuilense Ring geeft de
mogelijkheid de stoplichten op de doorgaande route langs Overvecht te omzeilen.
Deze weg is beslist niet berekend op het verkeersaanbod, dat overigens niet
alleen tijdens de spits, maar ook door het recreatieverkeer veroorzaakt wordt.
De grote groepen motoren op deze weg zijn berucht! De weg wordt ook gebruikt
door fietsers die van het gebied en de prachtige boerderijen langs de weg
willen genieten, maar fietsen is op die weg tussen Achterwetering en Westbroek
geen onverdeeld genoegen. De weg is tot nu toe bewust niet aangepast aan het
grote verkeersaanbod en wij juichen dat zeer toe. Maar het treffen van
verkeersbeperkende maatregelen is ons inziens noodzakelijk en wij willen ons
daar dan ook hard voor gaan maken. Welke maatregelen dat moeten zijn? Wel, geen
drempels of iets dergelijks want die werken niet maar bijvoorbeeld alleen
openstellen voor bestemmingsverkeer of ter hoogte van Westbroek de mogelijkheid
om direct door te rijden naar Utrecht blokkeren. Inmiddels zijn er sedert
oktober 2008 verkeersbeperkende maatregelen ingevoerd om de weg tijdens de
spits te sluiten voor het doorgaande verkeer. Wij juichen deze maatregel van de
gemeente De Bilt toe, maar de praktijk zal moeten leren of de effectiviteit
daarvan ook voldoende is.
Ook de Groenekanse Weg in
Groenekan heeft in toenemende mate met sluipverkeer te maken. Ook deze smalle
weg is tijdens de spits overbelast en we zien er zelfs grote
vrachtautocombinaties gebruik van maken.
De beste manier om
sluipverkeer te weren is natuurlijk werken aan het fileprobleem, maar dat ligt
duidelijk buiten ons werkgebied. Wel pleiten we voor verbetering van de
doorstroming op het verlengde van de Zuilense Ring langs de wijk Overvecht,
bijvoorbeeld door het verdiept aanleggen van deze weg met drie ongelijkvloerse
kruisingen. Hierdoor zal de behoefte via Westbroek te rijden zeker afnemen.
Sinds 1980 is het aantal
boerenbedrijven in dit gebied al met ruim 40 % afgenomen terwijl het areaal aan
agrarische grond vrijwel gelijk is gebleven. Dit komt omdat de opbrengsten in
de agrarische sector in heel Europa onder druk zijn komen te staan en ter
compensatie ontstaan grootschaliger bedrijven met intensievere methoden. Dit
heeft tot gevolg dat boerderijen beschikbaar komen voor andere doeleinden en
ook dat de landbouwmethoden op gespannen voet komen te staan met de wens tot
duurzame en milieuvriendelijke landbouw.
Bij het vrijkomen van boerderijen
voor andere doeleinden is het van belang erop toe te zien dat de activiteiten
die daarin gaan plaatsvinden passen binnen de eisen t.a.v. milieu en
landschapsschoon. Een restrictief vergunningenbeleid is daarvoor nodig. De term
verrommeling is populair tegenwoordig en dat is iets wat we in het gebeid van
het Noorderpark moeten zien te voorkomen. Een voorbeeld van hoe het niet moet
is de obscure autosloperij vlak bij de oostelijke ingang van het fietspad langs
de Tienhovense Plassen.
Ten aanzien van de agrarische
sector hechten wij eraan dat deze buiten de natuurreservaten een stempel blijft
drukken op het landschap. Tenslotte is dit landschap door het agrarische
gebruik ervan geworden zoals het nu is; die twee horen bij elkaar. Om dat
mogelijk te maken is schaalvergroting alleen niet de oplossing, nog afgezien
van de wenselijkheid daarvan. Tegen de uitbreiding van de intensievere
veehouderij zoals nieuwe varkensstallen en dergelijk zullen wij ons verzetten.
Wij hopen dat er via landschapsbeheer en alternatieve duurzame landbouw
mogelijkheden kunnen worden geschapen om nieuwe inkomstenbronnen voor de sector
aan te boren. In dit verband is de agrarische natuurvereniging Landschap
Noorderpark e.o. van belang die streeft naar duurzame grondgebonden agrarische
bedrijfsvoering en die samenwerkt met LTO Nederland (de belangenorganisatie van
agrarisch Nederland). Daarbij wordt aandacht besteed aan de zorg voor
weidevogels, beheer van botanische slootkanten en randen en het beheer van
landschapselementen waaronder erven.
In het Noorderparkproject worden aan de Utrechtse kant recreatiegebieden ingericht voor intensief gebruik. Deze recreatiegebieden hebben een opvangfunctie. Deze zonering is belangrijk omdat daarmee de noordelijker gelegen meer kwetsbare natuur- en landbouwgebieden worden ontlast. Dat wil niet zeggen dat er in de re